Jade zal zingen

Jade en ik hebben er al vaak over gesproken. Over hoe breekbaar haar stem is en hoe onzeker ze daarvan wordt. Ze zucht dan, maar zelfs dat doet ze mooi. In haar adem huist de herinnering aan de geur van vanille, zoals je die alleen ruikt bij kinderen die de borst nog krijgen. Ze kan mij niet vaak genoeg zuchten, ik geniet van dat briesje dat kriebelt in mijn oor.

Wij hebben veel geoefend de laatste weken en het heeft haar vermoeid. De klank van haar stem zingt nog na in mijn hoofd. In de laagte zacht en warm, in het middenregister krachtig, en in de hoogte helder als glas. Glas van de dunst mogelijke soort. Als Jade zingt, ben ik altijd weer ontroerd. Maar Jade maakt zich grote zorgen. Dat ze haar stem zal kwijtraken, of dat ze door de zenuwen niet in staat zal zijn om zich in het lied te verliezen. En of het publiek haar wel zal geloven. Ja, zelfs daar maakt ze zich zorgen over. En dat is toch wel het laatste waaraan zij hoeft te twijfelen.

Zingen is als koorddansen, daarin kun je ook niet liegen. Je ziet dat in haar ogen en aan haar handen en ik voel het aan mijn behoefte haar vangnet te willen zijn. Haar verderlichte lichaam grijpen dat, na een kleine misstap op het gespannen koord, valt. Een sprong in de melodie gemist, uitgegleden aan het einde van een frase, of te laat bij de inzet van een nieuwe strofe. Dan valt ze omdat ze wil vallen. Zich overgevend zweeft ze omlaag en ik vang haar. Ik sluit haar in mijn armen, ze kruipt diep weg en laat zich niet meer zien. Als het stil en schemerig is geworden, lok ik haar met lieve woordjes weer naar buiten. Voorzichtig en met engelengeduld, zoals je een schuw dier uit zijn hol probeert te krijgen. Dan laat ze eindelijk haar gezicht weer zien. Knipperend met haar lichtgroene ogen kijkt zij mij aan zonder teken van herkenning. Alsof ze terugkeert van een lange reis. Langzaam hecht haar blik zich aan voorwerpen in de omgeving en pas dan herkent ze mij weer. Op dat moment worden haar ogen weer helder en vraagt ze fluisterzacht: 'waar was ik en waarom ben ik hier?' 

Het theater stamt nog uit de Romeinse tijd. Eeuwenlang hebben mensen zich hier verzameld voor optredens. Optredens die hen ontroerden of schokten. Uitersten van schoonheid en lelijkheid, van zinnelijke streling en fysiek geweld. Het is een eer hier te mogen optreden. De akoestiek is fabelachtig en zonder enige vorm van versterking zal Jade te horen zijn tot aan de achterste rij bovenaan. Alsof het geluid van haar stem zelfs wint aan kracht tijdens de lange reis naar boven. Bij de rand van het theater aangekomen zullen haar tere klanken nog even neerstrijken als zeldzame vlinders, om daarna in het zacht glooiende landschap te verwaaien. Meegenomen door de lauwe avondbries bereiken ze het kleine dorpje met het stille pleintje. Daar zullen nog flarden van haar liederen te horen zijn tijdens pauzes in de gesprekken tussen oude mannen. Een duet van het vliesdunne ijle trillen van Jade met het donkere raspen van doorrookte stembanden. 

Wij hebben een lange tocht gemaakt samen. Jade’s stem heeft mijn leven blijvend veranderd. Door de eerste klanken werd ik betoverd en die betovering is nooit meer verbroken. Met mijn eigen muziek ben ik toen opgehouden, alleen het zingen van Jade telt nog. Ze heeft dat besluit aanvaard, zonder enige bedenking. Er was ook geen keuze, want helemaal alleen zou ze dit niet hebben gekund. Als een uit het nest gevallen jong heb ik haar opgeraapt en gekoesterd. Warm gehouden, gevoed en op het nippertje gered van de ondergang in een onverschillige wereld. Jade is van porselein. Als ik haar arm vastpak, voel ik het fragiele gebeente onder de bijna doorzichtige huid. Mijn hand omsluit met gemak haar dunne bovenarm en ik ben altijd bang iets te breken. Alsof mijn handen een zojuist gevangen vogeltje omsluiten dat zich probeert te bevrijden. Gekriebel van vleugeltjes dat tot rust komt, het heftig kloppende hartje in bange afwachting dat overblijft. Ze is gevlucht uit de knellende bescherming van het klooster. Een kind zonder ouders en zonder geschiedenis. Per ongeluk aangespoeld op de stranden van deze wereld. De glans in het lichte haar roept een andere wereld op. Een wereld van tederheid en warmte. Een tweetal weken later zong ze voor het eerst. Een heldere blauwe lucht stond strakgespannen boven de stad. Ik lag nog in bed. In de kleine keuken hoorde ik het stromende water en daarna het voorzichtige begin van een lied. Nog altijd het mooiste lied dat ik van haar ken. Over een leven vol liefde. We hebben plannen gesmeed en ik ben haar gaan begeleiden. Mijn eigen ontwikkeling is toen blijven steken, er viel voor mij geen eer meer te behalen. Haar stem werd sterker en rijker, en nog mooier dan verwacht. Als een bloem die nog intenser van kleur blijkt dan de knop al deed vermoeden. Er waren maar weinig mensen die haar toen mochten beluisteren en bij allen liet ze een onuitwisbare indruk achter. Geen instrument kon zich meten met de onbeschrijfelijke helderheid van haar stem. We besloten om aan een repertoire te werken van liederen zonder begeleiding. Bevriende jonge componisten droegen liederen aan haar op. Als ze haar stem eenmaal hadden gehoord, wilden ze voor haar schrijven. Liederen die de magische kracht van haar stem versterkten. Voor ieder ander bijna te moeilijk om te zingen, maar niet voor Jade. 

We zijn begonnen met besloten concerten voor een kleine kring van ingewijden en vrienden. Dat waren bijzondere gebeurtenisssen. Aan het einde van elk lied was de stilte dieper dan ik ooit had ervaren. Het applaus voelde als een ontoelaatbare verstoring van de sfeer en iedereen zocht naar andere middelen om zijn bewondering uit te drukken. Zonder dat hierover is gesproken, ontstond de gewoonte om na elk lied zacht te zoemen. Alsof een bijenvolk zich in de kamer ophield. Optreden was nooit gemakkelijk voor Jade. Dagen van tevoren kon ze niet eten van de spanning. Urenlang hebben we hierover gepraat en alle middelen die mogelijk konden helpen, zijn uitgeprobeerd. Zelfs hypnose, maar dat bleek niet erg verstandig. Jade werd door onbekende stromen meegevoerd en raakte in paniek. Toen de aanval was uitgeraasd, zonk ze weg in volstrekte bewegingsloosheid. Pas na twee etmalen lukte het mij haar terug te halen. Daarna heeft ze bijna een hele dag geslapen. Het beste helpen haar magische voorwerpen. Het zeegroene onderhemd beschermt tegen de onbeschaamde blikken van het publiek. De koperen haarspeld zorgt ervoor dat ze de tekst niet kwijtraakt. De smalle ring met bloedkoraal legt de verbinding met haar gevoel, zodat zij zich volledig kan geven tijdens het zingen. Verder moet zij mij natuurlijk altijd kunnen zien, want ze leest in mijn ogen hoe ze zingt. 

De man van het theater is komen praten over het optreden van volgende week. Het heeft Jade helemaal uit haar evenwicht gebracht. Hij sprak over het geluid, de lichtinstallatie en over aantal plaatsbewijzen. De belangstelling voor het concert is groot, binnen twee uur waren alle kaarten verkocht. Ze moest maar overwegen om extra optredens aan te kondigen voor de volgende week. Jade trok bleek weg en zei geen enkel concert meer te willen geven. We hebben vervolgens een lange wandeling gemaakt en ik sprak veel woorden om haar zelfvertrouwen weer bodem te geven. Het is beter om haar voortaan af te schermen voor alle gesprekken over de organisatie. 

De hele week hebben we onbeperkt gebruik mogen maken van het oude theater. Er worden bijna geen voorstellingen meer gegeven, alleen bijzondere zoals deze. Jade heeft elke dag op het podium gestaan en haar liederen gezongen. De eerste keer leek ze op iemand met hoogtevrees die een berg beklimt. Eenmaal op het podium vocht ze tegen de neiging om naar de rand te kruipen. Na drie dagen durfde ze helemaal alleen op te komen. Als enige zat ik in het halfronde lege theater dat straks gevuld zou zijn met publiek. Jade keek strak naar mijn gezicht terwijl ze zong, maar ze kon de blik in mijn ogen niet lezen op die afstand. We spraken af welke tekens ik zou geven om duidelijk te maken dat alles goed ging. Na de repetities verschenen de monteurs van de lichtinstallatie. Dan nam ik Jade mee voor een wandeling aan het eenzame strand, zodat geen onrust bij haar zou worden losgewoeld.

De dag voor het optreden zag ik aan haar houding dat de spanning toenam. Ze trok de schouders hoog op en haar ogen bewogen sneller. Vaak balde ze haar handen tot vuisten en zag ik alle knokkels bleek worden. Haar onrust kreeg tenslotte ook mij in zijn greep en ik voelde intens met haar mee. Het werd nu moeilijker voor mij haar bij te staan. De laatste nacht hebben we nauwelijks geslapen. Diep weggedoken in mijn armen draaide zij rusteloos heen en weer. Af en toe dreef zij weg in een hele lichte slaap, waarin zij onverstaanbaar mompelde. Steeds schrok zij wakker en riep mijn naam. Dan zocht ik naar sussende woorden totdat zij rustig werd. Haar lijf gloeide en haar zweet mengde zich met het mijne. Bij het eerste licht bevrijdden wij ons uit de doorweekte lakens en zochten verfrissing in het koele zeewater. De hele dag zijn we maar aan het strand gebleven. De zon warmde onze ruggen en meeuwen riepen ons toe. Verstrengeld in elkaars armen daalde de rust in ons neer. Het warme zand was een grote stille moeder waar we bescherming bij zochten. 

De zon kuste net de horizon toen we wakker werden. We spoelden onze doorhitte lijven in zee en schoten in de kleren. De ruwe stof schuurde aangenaam over mijn licht verbrande rug. Alles leek in orde. Bij het theater stonden lange rijen mensen. Door de vele openingen in de buitenste ring stroomde het publiek naar binnen. Het geluid van duizend onderdrukte stemmen lag als een wolk in het theater. Ik bracht Jade via een omweg naar de artiesteningang aan de achterzijde van het podium. Toen ze al die stemmen hoorde, begon ze over haar hele lichaam te trillen. Snel zocht ik met haar de beslotenheid van de kleedkamer op. Daar werd ze iets rustiger. Ik diepte meteen alle magische voorwerpen op uit haar tas en noemde hun betekenis, alsof ik daarmee hun kracht kon versterken. Een aardig meisje kwam de kleedkamer binnen en kondigde aan dat het concert over enkele minuten zou beginnen. Ik vroeg haar Jade te begeleiden naar het podium. Ze had een rustige uitstraling en het leek heilzaam te werken. Zelf zou ik mijn plaats innemen tussen het publiek. Nooit tevoren was ik zo nerveus, mijn knieën knikten toen ik me naar mijn plaats begaf. Het licht op het podium doofde langzaam en het geroezemoes verstomde. Hier en daar klonk nog wat laatste gehoest om een keel vrij te maken. In de verte kon je nu heel zacht de branding horen ruisen. Plotseling doorsneed een bundel licht de duisternis en trof het podium in het midden. Een ovale heldere plas. Hier had Jade moeten staan in haar donkerrode jurk, het haar in een staart en de ring met de bloedkoraal aan haar smalle witte ringvinger. Onrustig schuifelende voeten en onderdrukt gefluister. Meer lampen flitsen aan en de rest van het podium wordt zacht verlicht. Het is duidelijk dat de lichtman op zoek is naar de zangeres. Wanhopig dwaalt mijn blik over het podium en ik prevel smeekbedes aan alle hogere machten. Geen spoor van Jade. Het publiek wordt onrustiger. Een plek aan de rand van het podium wordt nu verlicht en ik ontwaar een vormeloos voorwerp. Daar ligt iets onder een deken. Een grauwe deken waarin meubels verpakt worden om beschadiging tijdens vervoer te voorkomen. Het is mij eerst niet duidelijk waarom de lampen hierop worden gericht. Tot ik beweging zie onder de deken. Er zit iemand onder en het dringt tot mij door wat dit betekent. Jade is gevlucht voor het publiek. Een uit het nest gevallen vogeltje dat bescherming heeft gezocht en is ondergedoken. Het zweet staat in mijn handen. De mensen worden tot mijn verbazing stil en aandachtig. Men denkt dat dit bedoeld is, dat Jade zal beginnen met zingen in deze houding. Een theatraal gebaar. Het ontluiken van een bloem, de geboorte van een vlinder. Gespannen wacht men op wat komen gaat. Maar er komt niets. Af en toe strijkt een lichte huivering langs de deken, verder blijft het stil. Radeloosheid kolkt vanuit mijn maag naar boven en ik onderdruk de neiging haar naam te roepen. Het publiek wordt weer onrustig en het gefluister krijgt iets dwingends. Ik zie hoe mensen verontwaardigd kijken en gebaren maken. Bij de deken is nog geen verandering merkbaar en ik zoek een oplossing. Als ik nu eens een eerste aanzet doe? Misschien zal het haar ertoe bewegen verder te gaan. Een absurde gedachte, maar er komen geen andere bij me op. Als in een droom sta ik op en draai me om. Kijk naar mij, kijk alsjeblieft naar mij en laat Jade met rust. Kom niet aan haar. Als je iemand zoekt om je kwaadheid op te richten, doe dat dan op mij. Ik kan er tegen. Het lijkt alsof ik buiten mijzelf treed. Ik stel vast dat ik mijn mond opendoe en diep ademhaal. Met mijn blik gericht op de achterste rijen begin ik haar eerste lied te zingen. Het is een onverwachte wending voor het publiek. Opnieuw keert de rust terug. Ook dit behoort misschien nog tot de theatrale vormgeving van het concert. Maar mijn blik zegt blijkbaar genoeg. Het publiek herstelt zich van de verrassing. Luidkeels klinkt hier en daar het gemor. Er staan mensen op en ze schreeuwen dat ik moet ophouden. Maar ik blijf doorgaan. Meer mensen staan op en begeven zich naar de uitgangen. Het rumoer wordt sterker, maar ik blijf zingen. Ik zing zo hard als ik kan, maar overstem het rumoer al lang niet meer. Steeds meer mensen verlaten de tribune, vrijwel iedereen is opgestaan. Woedend gebaren sommigen naar mij en ik hoor scheldwoorden en bedreigingen. Het theater stroomt leeg en mijn stem wordt beter hoorbaar. De laatsten verlaten nu het theater. Langzaam draai ik me om naar het podium, in de hoop daar Jade te zien. Op het podium ligt alleen een opengeslagen deken. 

Ik staar naar haar wasbleke fijne gezicht. Alle beweging is gestold en haar ogen zijn leeg. Alsof niemand meer in dit lichaam woont. Ik vond haar bij de zee. Geen woord sprak ze. De hele nacht hebben we daar gelegen, Jade verstild in mijn armen. Tot in de ochtend fluisterde ik haar naam, maar daarop volgde geen beweging en ik heb geen geluid meer uit haar mond gehoord. Jade leek diep te slapen, maar ze droomde niet meer. Voorzichtig droeg ik haar naar het dorp. De arts heeft mij verzekerd dat ze alles hebben geprobeerd. We kunnen alleen maar wachten en hopen, zei hij, verder niets. Elke dag ben ik hier te vinden. Bij het bed zing ik zacht haar mooiste liederen en tijdens de stiltes ertussen ruist de zee.

Dordrecht, 1997. Gepubliceerd in Tortuca, tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst, nummer 3.